Mpact sessie | Hoe maken we mobiliteit opnieuw kindvriendelijk?

(c) Dennis Licht (c) Dennis Licht Op Wielekes Ledeberg

“Alle kinderen Op Wielekes!”. Zo luidde het BBBC project waar Mpact het doel had het Op Wielekes-model, een circulair uitleensysteem voor kinderfietsen, te versterken en schaalbaar te maken in heel België. De ambitie was om meer kinderen, vrijwilligers en lokale depothouders te bereiken, met aandacht voor duurzaamheid, inclusie en samenwerking. Oplossingen zoals Op Wielekes, een dienst van Mpact, proberen al jaren fietsen ter beschikking te stellen voor ouders met kleine kinderen. Zo bevorderen we fietsgebruik bij kinderen tot 12 jaar. Maar zoals de uitdrukking zegt ‘It takes village to raise a child’,  vroegen wij met deze Mpact sessie ons af ‘what it takes to get a child on a bike’. Onderzoek toont aan dat kinderen zich steeds minder zelfstandig verplaatsen. Hier spelen verschillende factoren een rol: gebrek aan veiligheid, gebrek aan infrastructuur, of simpelweg een gebrek aan een fiets.

Wat kunnen lokale besturen en middenveldorganisaties doen om daar verandering in te brengen? Tijdens onze Mpact sessie op 15 september brachten we drie perspectieven samen: onderzoek en beleid door Sanne Vanderstraeten van Mobiel 21, de praktijk van een lokaal bestuur door Jitse Born, Schepen Mobiliteit van Mortsel, en de dagelijkse werking van Op Wielekes door vrijwilliger Viv Vingerhoets. In deze blog overlopen we de belangrijkste inzichten van de Mpact sessie waarmee lokale besturen aan de slag kunnen om hun lokale mobiliteit opnieuw kindvriendelijk te maken.

Mobiel 21: zelfstandigheid vraagt meer dan veilige infrastructuur

Sanne Vanderstraeten (Mobiel 21): “Kan een kind van acht, negen, tien jaar zich hier aangenaam en veilig verplaatsen? Als je ’t zelf niet weet, moet je het aan de kinderen zelf vragen.”

Uit onderzoek en gesprekken met kinderen blijkt dat zelfstandig fietsen en wandelen steeds later gebeurt. Tegelijk willen kinderen die zelfstandigheid wel degelijk. In de kinderfietstelling en klasgesprekken van Mobiel 21 en Fietsersbond kwam naar voren dat niet alleen verkeersveiligheid een rol speelt. Ook fietsvaardigheden, de beschikbaarheid van een fiets op maat en de rol van ouders bepalen of kinderen zelfstandig kunnen fietsen. Sommige kinderen hebben extra ondersteuning nodig om mee te kunnen met fietsactiviteiten op school. Mobiel 21 pleit daarom voor een brede blik: kindvriendelijke mobiliteit gaat zowel over de fysieke omgeving als over vaardigheden, toegankelijkheid en het perspectief van kinderen zelf.

(c) Anne Geelen Op Wielekes Lier

(c) Anne Geelen Op Wielekes Lier

Mortsel: kijk anders naar publieke ruimte

Jitse Born (Schepen Mortsel): “Wat voor ons een slecht pad was dat aangepakt moest worden, was voor hen (de kinderen) avontuur. We hadden daar de mobiliteit kunnen verbeteren én het avontuur kunnen behouden voor die kinderen.”

In Mortsel gingen kinderen zelf op pad om hun stad en routes te bekijken. Dat leverde verrassende inzichten op. Kinderen kiezen niet altijd de snelste of meest rechtlijnige route, maar waarderen kronkelende paden en plekken waar ruimte is voor avontuur. Ook geparkeerde auto’s bleken voor hen een grotere barrière dan vooraf gedacht. Tegelijk toont Mortsel hoe moeilijk het soms is om die inzichten te vertalen naar de praktijk. Een pad kan vanuit mobiliteitsoogpunt sterk verbeterd worden, maar tegelijk zijn avontuurlijke karakter verliezen. De uitdaging voor lokale besturen is dus niet alleen om routes veiliger te maken, maar ook om ruimte te creëren waar kinderen graag en zelfstandig bewegen.

(c) Dennis Licht Op Wielekes Ledeberg

(c) Dennis Licht Op Wielekes Ledeberg

Op Wielekes: een fiets in de buurt is een voorwaarde om te kunnen fietsen

Viv Vingerhoets (Vrijwilliger Op Wielekes): “Basisvoorwaarde voor kindvriendelijke mobiliteit? Ik zou zeggen: ervoor zorgen dat elk kind een fiets op maat binnen zijn bereik heeft om zich te kunnen verplaatsen.”

Een veilige omgeving volstaat natuurlijk niet als een kind geen geschikte fiets heeft. Op Wielekes biedt met fietsbibliotheken een betaalbaar en duurzaam alternatief: kinderen krijgen een fiets op maat, kunnen die laten herstellen en ruilen wanneer ze eruit groeien. In Wijnegem zijn intussen 170 fietsen in gebruik en werkt een groep van vijf fietsherstellers mee aan de werking. De ervaring toont ook het belang van een goede, zichtbare locatie: na een verhuis naar een plek bij het sportcentrum groeide het aantal leden sterk. Tegelijk blijft de werking sterk afhankelijk van vrijwilligers, ruimte en lokale verankering.

Eén gedeelde les

De drie perspectieven tonen dat kindvriendelijke mobiliteit niet één beleidsmaatregel is. Het vraagt een combinatie van veilige en aantrekkelijke publieke ruimte, toegang tot fietsen en vaardigheden, én samenwerking tussen lokale besturen, middenveld, scholen, vrijwilligers en gezinnen.

Misschien is daarom de belangrijkste vraag voor beleidsmakers niet alleen: Hoe krijgen we meer kinderen op de fiets? Maar ook: Wat heeft een kind nodig om zich hier zelfstandig te kunnen verplaatsen?

Bekijk de Mpact sessie ‘Hoe maken we mobiliteit opnieuw kindvriendelijk?’ hier