Mpact sessie | aangepaste voertuigen & deelmobiliteit

DEFINITIEF (4)

Mpact sessie | aangepaste voertuigen & deelmobiliteit

Hoe maken we deelmobiliteit echt toegankelijk voor iedereen? Die vraag stond centraal tijdens de Mpact sessie over inclusieve deelmobiliteit en aangepaste voertuigen die plaatsvond op 17 maart. De rode draad doorheen het gesprek was duidelijk: mobiliteit blijft voor veel mensen met een beperking of verminderde mobiliteit een structurele drempel, en lokale besturen kunnen een sleutelrol spelen om daar verandering in te brengen.

Tijdens de webinar kwamen verschillende stemmen samen die elk vanuit hun eigen expertise het belang van inclusieve deelmobiliteit onderstreepten. Zo bracht Judith Debaere (Gfietst.be) het perspectief van mensen met een beperking binnen, met bijzondere aandacht voor de drempels die zij vandaag nog ervaren op vlak van mobiliteit en participatie. Daarnaast deelde Sara Janssens van stad Sint-Niklaas inzichten vanuit het sociaal beleid, integrale toegankelijkheid en leeftijdsvriendelijk beleid. Tot slot gaf Eva Missinne (Mpact) toelichting bij concrete praktijkvoorbeelden en deelplatformen zoals Cozywheels en andere deelinitiatieven met aangepaste voertuigen. 

Mobiliteit als hefboom voor participatie

Voor veel mensen is zich kunnen verplaatsen vanzelfsprekend. Voor anderen bepaalt mobiliteit of ze al dan niet kunnen deelnemen aan het dagelijkse leven. Tijdens de sessie werd benadrukt dat mobiliteit nog te vaak een obstakel vormt om naar sport, vrije tijd, sociale activiteiten of gewoon naar buiten te gaan. In een participatiestudie van G-sport Vlaanderen kwam mobiliteit zelfs naar voren als een van de belangrijkste drempels voor deelname aan sport en beweging.

Daarom zijn aangepaste voertuigen, zoals duofietsen, rolstoelfietsen, tandems of aangepaste busjes, veel meer dan een praktisch hulpmiddel. Ze vergroten zelfstandigheid, versterken sociale contacten, verminderen eenzaamheid en maken het mogelijk om opnieuw volwaardig deel te nemen aan het buurtleven. Met andere woorden: inclusieve mobiliteit gaat niet alleen over verplaatsing, maar over levenskwaliteit en participatie.

Waarom delen zo belangrijk is

Een belangrijk aandachtspunt is de kostprijs. Aangepaste voertuigen zijn vaak duur in aankoop, waardoor ze voor veel gezinnen of organisaties niet evident zijn. Tegelijk staan er in heel wat gemeenten al voertuigen bij woonzorgcentra, zorginstellingen of verenigingen die slechts beperkt gebruikt worden. Daar ligt een enorme kans. Door die voertuigen te delen of uit te lenen, kan het bestaande aanbod beter benut worden en kunnen meer mensen er gebruik van maken. Dat maakt inclusieve deelmobiliteit niet alleen sociaal sterk, maar ook slim en efficiënt.

Geen apart welzijnsproject, maar een gedeelde beleidsopgave

Een van de belangrijkste inzichten uit de sessie was dat inclusieve deelmobiliteit geen apart welzijnsproject is. Het is een thema op het kruispunt van mobiliteit, welzijn, toegankelijkheid, publieke ruimte, communicatie en participatie. Lokale besturen die hier het verschil maken, zijn niet noodzakelijk degene die alles zelf organiseren, maar wel degene die verbinden, ondersteunen en structureel verankeren.

De ervaring uit Sint-Niklaas maakte dat mooi duidelijk: wat vroeger soms als een ‘niche verhaal’ werd bekeken, groeit stilaan uit tot een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van verschillende stadsdiensten. Net die gedeelde aanpak maakt beleid sterker en duurzamer.

De drempels zijn vaak herkenbaar en oplosbaar

Tijdens de sessie kwamen ook heel concrete knelpunten aan bod. Het aanbod aan aangepaste fietsen en voertuigen is vandaag nog beperkt en versnipperd, waardoor inwoners vaak niet weten wat er bestaat of waar ze terechtkunnen. Ook professionals botsen op die onzichtbaarheid: zelfs wanneer er lokaal al aanbod is, blijft het soms onder de radar.

Daarnaast speelt ook de omgeving een rol. Een aangepast voertuig is pas bruikbaar als routes toegankelijk zijn, fietsinfrastructuur voldoende ruimte biedt en haltes of overstappunten geen extra hindernissen vormen. En voor organisaties die hun voertuigen willen delen, zijn er vaak praktische bezorgdheden: wie beheert reservaties, wie doet onderhoud, wat met pechverhelping of verzekering, en hoeveel tijd vraagt dat allemaal?

Die drempels zijn reëel, maar de sessie maakte ook duidelijk dat ze niet onoverkomelijk zijn, zeker niet wanneer een stad of gemeente een regierol opneemt.

Wat kunnen steden en gemeenten concreet doen?

Lokale besturen hoeven niet altijd zelf een uitleensysteem of vloot te beheren. Hun grootste meerwaarde zit vaak in het mogelijk maken. Dat begint met een eenvoudige maar belangrijke eerste stap: in kaart brengen wat er al is. Welke aangepaste voertuigen zijn aanwezig in de gemeente? Bij welke organisaties? Welke staan vaak stil? En waar zitten de witte vlekken?

Vervolgens kunnen steden en gemeenten partners samenbrengen: zorginstellingen, mobiliteitsdiensten, welzijnsactoren, burgerinitiatieven, vrijwilligers en bestaande deelplatformen. Die verbindende rol is cruciaal. Want vaak zijn er al middelen, goodwill en initiatieven aanwezig, alleen zijn ze nog niet op elkaar afgestemd.

Ook ontzorging is een sterke hefboom. Een lokaal bestuur kan helpen met communicatie, reservatiesystemen, afsprakenkaders, onderhoudsafspraken of door een duidelijk contactpunt aan te bieden. Zonder die ondersteuning blijft een deelproject al snel afhangen van enkele geëngageerde trekkers. Met beperkte ondersteuning kan het veel duurzamer worden.

En minstens even belangrijk: communicatie. Zonder zichtbaarheid wordt aanbod niet gebruikt. Aangepaste voertuigen horen dus thuis in mobiliteitscampagnes, op de gemeentelijke website, in het stadsmagazine, tijdens de Week van de Mobiliteit en op lokale evenementen. Niet als uitzondering, maar als volwaardig onderdeel van het mobiliteitsverhaal.

Inspirerende voorbeelden uit de praktijk

De sessie bracht ook enkele inspirerende voorbeelden. Zo werd Gfietst.be voorgesteld als een platform dat deelpunten voor aangepaste fietsen zichtbaar maakt in Vlaanderen. Zulke initiatieven tonen hoe belangrijk vindbaarheid en kennisdeling zijn als basis voor een sterker netwerk.

In Brugge nam de stad een duidelijke trekkersrol op in een project waarbij aangepaste fietsen uit zorgcontexten gedeeld werden, ondersteund met een financiële incentive. Izegem liet met ‘Mobiel G’ zien hoe een duurzaam project kan groeien vanuit co-creatie tussen ouders, zorgpartners, stad, sponsors en ondersteunende organisaties. En in Sint-Niklaas bleek opnieuw hoe gebruikersparticipatie helpt om abstracte beleidsdoelen om te zetten in concrete, gedragen acties.

Van project naar structureel beleid

De belangrijkste conclusie van de Mpact sessie? Inclusieve deelmobiliteit is geen niche, maar een logische volgende stap in lokaal mobiliteitsbeleid. De grootste winst zit niet alleen in nieuwe voertuigen aankopen, maar vooral in bestaand aanbod zichtbaar maken, onderbenutte voertuigen delen, lokale actoren verbinden en inclusie structureel opnemen in mobiliteits-, welzijns- en toegankelijkheidsbeleid.

Voor steden en gemeenten is de boodschap helder: Je hoeft het niet allemaal zelf te organiseren, maar je moet het wél mee mogelijk maken.

Wie inzet op detectie, verbinding, communicatie en ontzorging, vergroot de kans dat aangepaste deelmobiliteit niet alleen een goed idee blijft, maar ook echt gebruikt wordt door de inwoners die het vandaag het hardst nodig hebben.

Komende evenementen

Tot slot delen we graag nog enkele relevante momenten waarop je verder kan kennismaken met het thema en onze sprekers:

Deze Mpact sessie werd georganiseerd in het kader van het SMALL project dat wordt mede-gefinancierd door Interreg Noordzee regio en provincie Oost-Vlaanderen.